Voor Informatie over Soldaten gesneuveld in de Pacific tijdens de 2e wereldoorlog.

ww2-pacific.com

Deze website is opgedragen aan de mannen en vrouwen van de geallieerde strijdkrachten die in Nederland en andere landen zijn omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog

Informatie over iets

op de Website, of anders.

sjoke.vijgen@gmail.com

Rotterdam In de Meidagen van 1940

Rotterdam in de Meidagen van  1940

Het relaas van de Mariniers Andries Knotter, Theodorus Feuth, Conrardus Huijs en Jan Dirk Rijvordt tijdens de verdedigingen van Rotterdam in de Meidagen van 1940.

Op 15 juli 1936 vertrekt vanuit Rotterdam de MS. Baloeran van de Rotterdamse Lloyd naar Batavia.

Naast de vele burger passagiers was er ook een detachement schepelingen van de Koninklijke Marine aan boord.

Een gedeelte van de mariniers zal aan boord van de torpedoboot-

jager Hr. Ms. Van Galen de terugreis naar Nederland maken.

Het schip komt op 7 mei 1940 jn de middag aan in de haven van

Den Helder.

Andere mariniers, maken de terugreis aan boord van het ms. Indrapoera van de Rotterdamse Lloyd.

Het schip is op 10 maart 1940 vertrokken uit Tandjong Priok en zal op of omstreeks 1 mei 1940 afmeren in het Italiaanse Genua.

Hier zullen de passagiers bestemd voor Nederland verder moeten reizen per speciale treinen.

Slechts een zeer korte verlofperiode na hun thuisreis is het personeel gegund. Velen moeten zich na een paar dagen verlof alweer melden op hun mobilisatie bestemming.

Op woensdag 7 mei 1940 werden alle verloven in Nederland ingetrokken, ook te Rotterdam waar veel van marinepersoneel en mariniers waren gehuisvest.

Naast de Marinierskazerne op Oostplein was het er ook het Marine depot aan de Mecklenburglaan. Bij het depot waren ook personeelsleden ondergebracht waarvan het schip in onderhoud was te Rotterdam of daar in aanbouw waren.

Ook was er bij in het westelijk stadsgedeelte, op het terrein van de Rotterdamse Lloyd nog het Vaartuigendepot Rotterdam gelegerd van het Vrijwillige Landstorm Korps Vaartuigendienst.

Bij dit landmachtonderdeel was een Marine detachement ingedeeld ter grote van ruim 325 man waarvan het grootste deel zee miliciens (dienstplichtigen) waren.

Bij de Afdeling mariniers, in de kazerne aan het Oostplein, beschikte men over een sterkte van 9 officieren en ruim 300 onderofficieren en manschappen, overwegend beroepspersoneel. Hiervan 100 onderofficieren en goed geoefende mariniers 1e klasse. Tevens 100 mariniers 3e klasse met 7 maanden dienst en 100 mariniers 3e klasse met 3 maanden dienst.

In het marine depot bevonden zich 3 officieren, 600 onderofficieren en manschappen, waarvan 150 mariniers, verder 450 zee miliciens waarvan er 300 behoorden tot de oudere lichtingen uit 1927 en 1928, die op 8 en 9 mei 1940 weer in werkelijke dienst waren gekomen en die gedurende vele jaren niet meer onder de wapenen waren geweest. Ook waren in het depot nog aanwezig 16 officieren en 78 onderofficieren die bij de in aanbouw zijnde schepen waren ingedeeld.

Naast de het marinepersoneel waren er ook veel landmachtonderdelen te Rotterdam aanwezig maar deze waren veelal belast met instructie-, transport- en bewakingstaken en hadden haast geen geoefendheid in het infanteriegevecht.

Rotterdam was de stad van de werven, depots, werkplaatsen en magazijnen t.b.v. de Nederlandse krijgsmacht.

Van alle aanwezige militairen te Rotterdam waren er slechts 200 geoefende mariniers die voor het infanteriegevecht waren opgeleid. Deze mariniers vormden dan ook van het Rotterdamse garnizoen het gedeelte met de hoogste gevechtswaarde.

Vrijdag 10 mei 1940 de Gevechten

In de vroege ochtend om 03.55 uur was er een Duits bombardement op vliegveld Waalhaven, gevolgd door het afwerpen van parachutisten rond het vliegveld en in het zuiden van Rotterdam, het dalen van Duitse watervliegtuigen op de Maas om troepen af te zetten om de Maasbruggen te bezetten.

Ook parachutisten bij de in het zuiden van Den Haag gelegen vliegvelden Ypenburg en hulpvliegveld Ockenburg en de landingen van Duitse transport toestellen op en langs Rijksweg 13 van Den Haag naar Rotterdam, waren ruim voldoende om een ieder wakker te krijgen.

Onmiddellijk werden er diverse maatregelen genomen om zo snel mogelijk de belangrijkste punten in de stad Rotterdam af te grendelen en om te proberen de Duitsers terug te dringen. Dit gebeurde niet alleen vanuit de Marinierskazerne en het marine depot maar ook vanuit de diverse andere depots en te Rotterdam gelegerde troepen.

Een groep mariniers (33 man) had vanuit het marine depot opdracht gekregen om vanaf de Nieuwe Maas (Merwehaven) nabij Schiedam en de Spaanse polder de zaak af te sluiten.

De 1e luitenant der mariniers K.M.R. C. de Jong, geplaatst in het depot kreeg opdracht zich bij deze groep aan te sluiten, het commando op zich te nemen en de verder verdediging ter plaatse te organiseren en ook het commando over te nemen van de inmiddels aangekomen landmacht onderdelen.

De zuidelijke grens van de Spaanse polder, welke gevormd werd door de spoorbaan, deze was 2 km. lang.

De afstand van de spoorbaan naar de Nieuwe Maas was eveneens 2 km. Deze afsluiting tot de Delfse havens Schie kreeg de naam Westfront. Het aansluitend front, langs de spoorbaan richting Blijdorp kreeg de naam Noordfront. Aan de buitenzijde van de twee fronten lag dus de Spaanse polder en Overschie.

In de loop van de vrijdag 10 mei werden diverse kleine onderdelen naar alle ontstane fronten gezonden om de aldaar aanwezige militairen te versterken.

In de loop van de volgende dagen werden ook troepenonderdelen van buiten Rotterdam aangetrokken om zo de fronten te versterken.

De dreiging bestond uit de hergroepering van losse eenheden parachutisten ten zuiden van Delft die opdracht hadden om verbinding te maken met de Duitse troepen die Rotterdam-Zuid hadden bezet en in afwachting waren van de 9e pantserdivisie die via de Maasbruggen en de zo ontstane corridor in het noorden van Rotterdam konden oprukken naar Den Haag.

In de avond van 12 mei waren de eerste Duitse troepen in Overschie aangekomen Op maandag 13 werden vanuit het versterkte Noordfront diverse prikacties ondernomen tegen de aanwezige van de Duitsers in het zuiden van Overschie.

In de avond werd duidelijk (informatie van de gevluchte eigenaar de heer Van Woerden) dat er tegenover de positie van de mariniers, in zijn gevorderde boerderij (aan de Schie) zich ongeveer 40 parachutisten bevonden. De boerderij lag misschien 2 kilometer van de spoorbaan. De

luitenant De Jong, en zijn naastliggende commandant van de landmacht troepen, waren onwetend dat er

vanuit Delft een versterkt Nederlands regiment met zo’n 3000-4000 man een aanval zou doen richting

Overschie – Rotterdam-Noord om de min of meer ingesloten groep van 700-900 parachutisten met daarbij hun commandant de Generaal Von Sponeck te vernietigen.

Het enige wat De Jong wel wist dat zijn naastliggende commandant vanuit de Glimfabriek door mitrailleurs was beschoten.

Dinsdag 14 mei 1940 het Bombardement en Capatulatie.

Een aantal troepen bestaande uit infanteristen en mariniers doen, ondersteund door enkel zware mitrailleurs, een aanval op de Duitse nabij de Glimfabriek en de boerderij van van Woerden.

Tijdens deze aanval stonden enkele mariniers, na het verzoek van de 2e luitenant Engelsman van de Mitrailleur Compagnie III-21 R.I., op het punt om met handgranaten een stormaanval te doen richting de Glimfabriek toen het bevel werd ontvangen om de aanval af te breken en onmiddellijk terug te trekken op de spoorbaan en tevens de dijk Rotterdam-Schiedam af te sluiten i.v.m. een ophanden zijnde Duitse aanval om zo via Vlaardingen en Schiedam richting Rotterdam door te stoten.

Niet tegenstaande het hevig Duitse vuur slaagden wij, infanteristen en mariniers, de boerderij te ontruimen en terug te trekken op de oorspronkelijke stelling aan de spoorbaan. In de loop van de ochtend vinden er op onze stellingen twee bombardementen plaats voorafgaand aan het grote bombardement van Rotterdamse binnenstad.

Een groep mariniers heeft, vermoedelijk nadat zij hadden deelgenomen aan deze gevechten en na de

bombardementen van die dag, het gebied met een motorvoertuig gebied verlaten.

Deze groep van 5 mariniers werd door Korporaal Adriaan Dieleman (32 jaar) van de Staf Etappen Commando vervoerd van Rotterdam richting Den Haag.

Bij de Glimfabriek noord van Overschie raakten zij in gevecht met Duitse parachutisten; hierbij zijn naast korporaal Dieleman ook gesneuveld de mariniers:

Andries Knotter (23 jaar), Theodorus Feuth (24 jaar), Conrardus Huijs (22 jaar) en Jan Dirk Rijvordt (23 jaar) .

Op donderdag 16 mei 1940 zijn Andries Knotter en Jan Dirk Rijvordt begraven op de Algemene Begraafplaats te Schiedam in vak C, 2 persoonsgraf nr. 480.

Op 8 maart 1966 zijn beide mariniers herbegraven op de Algemene Begraafplaats te Schiedam in een persoonlijk graf van het Ere-hof.

Gemeentearchief Rotterdam. Collectie Tweede Wereldoorlog (Rotterdam).

Dhr. C. F. Bruijn Ministerie van Defensie Archief.

Dhr. S. Draak Conservator Marine Museum Rotterdam.

De Nederlandse Mariniers/Leger

Het is duidelijk dat de mariniers in Rotterdam, ook ten noorden van de stad en buiten Overschie, standhielden. Ze toonden aan dat als Nederland zijn militaire opleiding voor reguliere soldaten serieuzer had genomen, er in mei 1940 een leger klaar zou zijn geweest dat veel meer tegenstand tegen de Duitsers had kunnen bieden dan wat er eigenlijk getoond had kunnen worden. Dit natuurlijk het gebrek aan uitrusting voor het leger, maar het was deels te danken aan het anders niet zo opmerkelijk sterke gevechtsleger dat de prestaties van de mariniers ook tot een verklaring konden komen, die de traditie van het Korps in vlag en traditie siert.

Het bombardement kosten Rotterdam veel

In totaal gingen 25.479 woningen verloren, met 77.607 bewoners. Er waren ook ongeveer 2.000 mensen in 26 hotels, 117 pensions en 44 pensions die werden vernietigd bij het bombardement. Ongeveer 79.600 personen werden dakloos gemaakt, waarvan 20.887 personen in andere gemeenten werden gehuisvest. Naast huisvesting werden tal van bedrijfsgebouwen verwoest: 31 warenhuizen en 2.320 kleinere winkels, 31 fabrieken en 1.319 werkplaatsen, 675 pakhuizen en gemengde huizen, 1.437 kantoren, 13 bankgebouwen en 19 consulaten, 69 schoolgebouwen en 13 ziekenhuisfaciliteiten, 24 kerkgebouwen en 10 liefdadigheidsinstellingen, 25 gemeentelijke en overheidsgebouwen, 4 stationsgebouwen  4 krantenbedrijven en 2 musea, 517 cafés en restaurants, 22 feestgebouwen, 12 bioscopen en 2 theaters en 184 andere bedrijfspanden.

Een detachement mariniers van de torpedobootjager Hr.Ms. Van Galen
Hr. Ms. Van Galen
Ms. Indrapoera
De Verdedigers
De Verdedigers
De Verdedigers
De brandgrens na het Bombardement
Ooit liep de grens Overschie Rotterdam over het station D.P. spoorweg emplacement
De Maasbruggen
Lloyd Kade Rotterdam